Toekomst
Het Artemis-programma
Het Artemis-programma is NASA's grootschalig plan om voor het eerst sinds 1972 opnieuw mensen op de maan te zetten — ditmaal met een focus op de maanzuidpool en een blijvende menselijke aanwezigheid. In april 2026 vloog Artemis II met vier astronauten om de maan; de eerste nieuwe landing staat nu gepland voor Artemis IV.
Artemis is het meest ambitieuze bemanningsprogramma dat NASA heeft opgezet sinds het tijdperk van Apollo. Waar de Apollo-missies in de jaren zestig en zeventig worden herinnerd als sprintjes in de ruimtewedloop, is Artemis ontworpen als een marathonproject: niet een paar mensen een keer snel laten landen en daarna het programma beëindigen, maar een herhaalde en steeds diepgaandere menselijke aanwezigheid op en rondom de maan opbouwen. De naam is een bewuste keuze: Artemis is in de Griekse mythologie de tweelingzus van Apollo en godin van de maan.
Het vertrekpunt voor Artemis ligt in de erkende beperkingen van de Apollo-aanpak. Na Apollo 17 in december 1972 keerde geen mens meer terug naar het maanoppervlak. Meer dan vijftig jaar later wil NASA dat veranderen — en ditmaal met een andere filosofie: internationale samenwerking, commerciële partners, herbruikbare technologie en een langetermijndoel dat verder reikt dan de maan zelf: de weg naar Mars.
Artemis op een rij
Beheerder: NASA, met internationale en commerciële partners.
Doel: mensen terugbrengen naar de maan, duurzame aanwezigheid opbouwen, opstap naar Mars.
Sleutelcomponenten: SLS-raket, Orion-capsule, commerciële maanlanders (SpaceX Starship en Blue Origin Blue Moon), nieuwe ruimtepakken.
Stand oktober 2026: Artemis I (2022) en Artemis II (april 2026) gevlogen; Artemis III (2027) wordt een koppeltest in een baan om de aarde; Artemis IV (gepland 2028) moet als eerste landen.
Bijzonder: de eerste vrouw en de eerste persoon van kleur op de maan zijn beoogd.
Focus: maanzuidpool vanwege aanwijzingen voor waterijs in permanente schaduwkraters.
Waarom terug naar de maan?
De vraag waarom mensen überhaupt terugkeren naar de maan verdient een helder antwoord. De maan is niet alleen een bestemming op zich, maar ook een oefenruimte en een springplank. Op het oppervlak kunnen astronauten werken in een omgeving met lage zwaartekracht en blootstelling aan diepe ruimte, terwijl ze toch relatief snel — in dagen, niet maanden — bereikbaar blijven vanuit de aarde. Dat maakt de maan ideaal als testbed voor de systemen, procedures en fysiologische inzichten die nodig zijn voor een eventuele reis naar Mars.
Daarnaast biedt de maan zelf wetenschappelijke schatten. Bij de zuidpool bevinden zich kraters die permanent in de schaduw liggen en vermoedelijk grote hoeveelheden waterijs bevatten. Dat ijs is niet alleen van wetenschappelijke waarde — het vertelt iets over de vroege geschiedenis van het zonnestelsel — maar kan ook praktisch worden gebruikt als drinkwater, als zuurstofbron en als grondstof voor raketbrandstof. Een maan die zijn eigen brandstof kan leveren, verandert de economie van ruimtevaart fundamenteel. Meer over de motieven achter de terugkeer naar de maan leest u op de gelijknamige pagina.
De SLS-raket: de zware werkkracht
De ruggengraat van het Artemis-programma is de Space Launch System, kortweg SLS. Dit is een zware draagraket die NASA speciaal voor diepe ruimtemissies heeft ontwikkeld. De raket is gedeeltelijk gebaseerd op technologie die teruggaat tot het Space Shuttle-programma: de vier RS-25-motoren in de kern zijn verbeterde versies van de shuttlemotoren, en de twee vaste stuwraketten aan de zijkant zijn doorontwikkelingen van de shuttleboosterraketten.
De SLS is ontworpen in verschillende varianten met toenemende capaciteit. De basisversie, Block 1, kan meer dan 95.000 kilogram in een lage aardbaan brengen en is daarmee krachtig genoeg om een Orion-capsule met bemanning richting de maan te sturen. Latere versies worden nog zwaarder en krachtiger. Vergelijkingen met de legendarische Saturnus V-raket van het Apollo-programma worden regelmatig gemaakt: beide zijn zware raketten gebouwd voor maanmissies, al werken ze op een andere manier en dienen ze een ander tijdperk.
De Orion-capsule: huis in de ruimte
De astronauten reizen naar de maan in de Orion-capsule, een ruimvaartuig ontworpen voor missies buiten de lage aardbaan. Orion bestaat uit twee hoofddelen: de bemanningsmodule, een conoïde capsule die de astronauten herbergt, en het Europese servicemodule, geleverd door het Europese ruimtevaartbureau ESA. Die samenwerking maakt Orion meteen een voorbeeld van de internationale aanpak die Artemis kenmerkt.
De Orion-capsule is groter dan de Apollo-commandomodule en kan in principe tot vier astronauten meenemen. Ze is ontworpen om lange reizen richting de maan of zelfs verder te kunnen weerstaan, met voldoende leven-ondersteuning, bescherming tegen straling en een hitteschild dat hoge herkomstsnelheden bij terugkeer in de dampkring aankan. De commandomodule van Apollo was in haar tijd baanbrekend; Orion bouwt voort op vijf decennia extra kennis en technologie.
Het Lunar Gateway: gepland, maar gepauzeerd
Lange tijd was het Lunar Gateway een kernonderdeel van Artemis: een klein ruimtestation in een langgerekte baan om de maan, bedoeld als tussenstop tussen Orion en de maanlander. ESA, het Canadese CSA en het Japanse JAXA zouden er modules en robotica voor leveren. In maart 2026 maakte NASA bekend dat het Gateway in de geplande vorm wordt gepauzeerd. Het geld en de aandacht gaan naar een basis op het maanoppervlak; bestaande hardware wordt waar mogelijk hergebruikt. Voor de eerste landingen koppelt Orion daarom rechtstreeks aan de maanlander, zoals de commandomodule en de maanlander bij Apollo deden.
Commerciële maanlanders
Voor het vervoer van astronauten van een baan om de maan naar het oppervlak en terug rekent NASA op commerciële maanlanders, ontwikkeld door private bedrijven. Deze aanpak — commercieel inkopen wat mogelijk is, zodat NASA zich op systeemintegratie en onderzoek kan concentreren — is een bewuste strategische keuze die het programma kosten-efficiënter en flexibeler moet maken.
De meest bekende commerciële maanlander voor Artemis is het Human Landing System van SpaceX, gebouwd rondom de Starship-raket. Dit enorme vaartuig, volledig herbruikbaar ontworpen, moet astronauten naar het zuidpoolgebied van de maan brengen. De omvang en het herbruikbare karakter van Starship zijn wezenlijk anders dan de dunne poten van de oude Apollo-maanlander. In 2023 kreeg ook Blue Origin een contract, voor de Blue Moon-lander. Sinds de herziening van 2026 wil NASA voor de eerste landing het systeem kiezen dat als eerste klaar is.
De Artemis-missies in volgorde
Het programma is opgezet als een reeks oplopende missies, waarvan de planning meermaals is gewijzigd:
- Artemis I (16 november – 11 december 2022): onbemande testvlucht van SLS en Orion om de maan.
- Artemis II (1–11 april 2026): Reid Wiseman, Victor Glover, Christina Koch en Jeremy Hansen vlogen om de maan en reisden verder van de aarde dan ooit mensen deden.
- Artemis III (gepland 2027): sinds februari 2026 geen landing meer, maar een bemande test in een baan om de aarde waarin Orion oefent met koppelen aan de maanlanders.
- Artemis IV (gepland op zijn vroegst 2028): de eerste geplande bemande landing sinds Apollo 17, bij de zuidpool.
Daarna zijn verdere landingen voorzien, met als doel een regelmatige aanwezigheid en een basis op het oppervlak. Of die planning wordt gehaald, hangt sterk af van de maanlanders en van politieke en budgettaire keuzes in Washington.
Internationale samenwerking en de Artemis Accords
Artemis is nadrukkelijk een internationaal programma. NASA heeft de zogeheten Artemis Accords opgesteld: een reeks principes voor vreedzame en transparante verkenning van de maan, waarbij deelnemende landen zich committeren aan gegevensdeling, interoperabiliteit en het respecteren van historische missielocaties. Tientallen landen hebben de Artemis Accords inmiddels ondertekend; Nederland deed dat in november 2023, België in januari 2024.
Europese bijdragen zijn substantieel: ESA levert de servicemodule van Orion, die stroom, lucht, water en voortstuwing levert, en wetenschappelijke instrumenten. Canadese, Japanse en andere partners leveren robotica en apparatuur; Canada kreeg in ruil een plaats op Artemis II. Deze brede samenwerking maakt Artemis wezenlijk anders dan de Apollo-missies, die overwegend een Amerikaans project waren, gedreven door de competitie van de ruimtewedloop met de Sovjet-Unie.
Artemis en de vergelijking met Apollo
Het is verleidelijk om Artemis simpelweg als een herhaling van Apollo te zien, maar de twee programma's zijn in veel opzichten fundamenteel anders. Apollo was een product van zijn tijd: een spoedprogramma, gedreven door nationale veiligheidsoverwegingen en geopolitieke concurrentie, met een enkelvoudig doel. Binnen acht jaar na Kennedys uitdagende toespraak had NASA mensen op de maan gezet. Na Apollo 17 werd het programma afgesloten en bleef de maan meer dan vijftig jaar onbemand.
Artemis begint bij een ander startpunt. Het programma heeft meer middelen, meer partners en meer technologische mogelijkheden. Herbruikbare raketten, geavanceerde robotica, satellietcommunicatie en gedetailleerde kaarten van het maanoppervlak bestonden in de Apollo-tijd simpelweg niet. Tegelijk staat Artemis voor grotere budgettaire, politieke en logistieke uitdagingen. Of het programma het vol kan houden op de lange termijn, zal mede afhangen van politieke steun, internationale betrokkenheid en technologische voortgang.
De wetenschappelijke haast van zes vluchten in vier jaar die Apollo kenmerkte, maakt bij Artemis plaats voor een gestaagere opbouw. Maar het doel is ook ambitieuzer: Gene Cernan was in 1972 de laatste mens op de maan, en dat is in 2026 nog steeds zo. Artemis wil dat veranderen — en deze keer niet tijdelijk, maar als begin van een blijvende menselijke aanwezigheid buiten de aarde.