Maanlanding

Astronauten

Alle twaalf maanwandelaars

Tussen 1969 en 1972 betraden twaalf mensen het maanoppervlak, verdeeld over zes geslaagde landingsmissies. Dit is hun volledige verhaal: wie waren ze, wanneer liepen ze op de maan en wat maakte elke missie uniek?

Twaalf mensen. Dat is het totale aantal mannen dat ooit op de maan heeft gelopen. Niet meer, niet minder — althans tot op heden. In een tijdspanne van iets meer dan drie jaar, van juli 1969 tot december 1972, landden zes Apollo-missies op het maanoppervlak. Elke missie bracht twee astronauten naar de grond; één bleef in de baan om de maan aan boord van de commandomodule.

Alle twaalf waren Amerikaanse mannen, allemaal gepokt en gemazeld als testpiloot of militair vlieger, en allen geselecteerd en getraind door NASA in het kader van het Apollo-programma. Hun ervaringen op de maan verschilden sterk: de eerste landing was een technisch en symbolisch experiment, terwijl de latere missies steeds meer wetenschappelijke diepgang hadden. Samen legden ze de basis voor ons begrip van de maan.

De twaalf maanwandelaars op een rij

Apollo 11 (juli 1969): Neil Armstrong & Buzz Aldrin
Apollo 12 (november 1969): Charles “Pete” Conrad & Alan Bean
Apollo 14 (februari 1971): Alan Shepard & Edgar Mitchell
Apollo 15 (juli–augustus 1971): David Scott & James Irwin
Apollo 16 (april 1972): John Young & Charles Duke
Apollo 17 (december 1972): Gene Cernan & Harrison Schmitt

Apollo 11 — de eersten: Armstrong en Aldrin

Op 20 juli 1969 landde de maanlander Eagle in de Zee der Rust en schreef Apollo 11 de geschiedenis. Neil Armstrong daalde als eerste mens ooit de ladder af en betrad het maanoppervlak om 02:56 UTC op 21 juli. Zijn woorden — “That's one small step for man, one giant leap for mankind” — gingen de hele wereld over. Circa twintig minuten later volgde Buzz Aldrin, die het landschap “magnificent desolation” noemde.

Armstrong en Aldrin brachten ongeveer tweeënhalf uur buiten de maanlander door. Ze verzamelden 21,5 kilogram gesteente, plantten een vlag, installeerden wetenschappelijke instrumenten en spraken via radioverbinding met president Nixon. Het was een missie die primair op het technische bewijs van haalbaarheid was gericht: de wetenschap was belangrijk, maar het allerbelangrijkste was simpelweg dat de landing slaagde.

De derde man van de bemanning, Michael Collins, bleef aan boord van de commandomodule Columbia. Hij vloog als enige van de drie geen maanwandeling, maar zijn rol was cruciaal: zonder hem was er geen terugkeer mogelijk geweest.

Apollo 12 — precisielanding bij Surveyor

Apollo 12 landde op 19 november 1969 in de Oceanus Procellarum. Commandant Charles “Pete” Conrad en maanlander-piloot Alan Bean voerden twee maanwandelingen uit. Een van de doelen was precisie: het team landde op slechts 163 meter van de onbemande Surveyor 3-lander die ruim tweeënhalf jaar eerder was neergezet. Ze verwijderden onderdelen van Surveyor om te bestuderen wat maanjaren met materialen doen.

Conrad en Bean brachten in totaal bijna acht uur buiten de maanlander door. Conrad, klein van stuk, zette — als derde mens op de maan — voet op het oppervlak met de grap: “Whoopee! Man, that may have been a small one for Neil, but that's a long one for me.” Bean was de vierde mens op de maan. Apollo 12 bewees dat nauwkeurige navigatie en herhaling van de landing mogelijk waren, wat de weg vrijmaakte voor de ambitieuzere wetenschappelijke missies die volgden.

Apollo 13 — de missie die niet landde

Hoewel Apollo 13 hier niet in het rijtje thuishoort — er was geen landing — verdient de missie vermelding als de meest dramatische van het programma. Een zuurstoftank-explosie in april 1970 dwong de bemanning de maanwandeling op te geven en met de maanlander als reddingsboot terug te keren naar de aarde. Alle drie de astronauten overleefden. Apollo 13 wordt soms een “geslaagde mislukking” genoemd en laat zien hoe dun de marge was waarop Apollo opereerde.

Apollo 14 — Shepard en Mitchell bij Fra Mauro

Na het debacle van Apollo 13 vloog Apollo 14 in februari 1971 alsnog naar de Fra Mauro-hooglanden, het oorspronkelijke doelgebied van Apollo 13. Commandant Alan Shepard was een bijzondere figuur in de missie: hij was de eerste Amerikaan in de ruimte geweest (1961), had een langdurige ooraandoening gehad die hem jaren aan de grond had gehouden, en was nu — op 47-jarige leeftijd — de oudste persoon die ooit op de maan zou lopen.

Shepard en maanlander-piloot Edgar Mitchell maakten twee EVA's en brachten meer dan negen uur buiten de maanlander door. Shepard legde bij de maan ook zijn beroemde golfslag af: hij had stiekem een golfclub en twee ballen meegenomen en sloeg ze van de maan af — naar zijn eigen zeggen “miles and miles and miles.” Mitchell deed na de missie opvallende uitspraken over buitenaardse intelligentie en bewustzijnsonderzoek, wat hem tot een van de meest controversiële Apollo-alumni maakte.

Apollo 15 — de eerste grote wetenschappelijke missie

Met Apollo 15 begon een nieuw hoofdstuk. Voor het eerst bracht de maanlander een maanwagen mee, waarmee de astronauten zich veel verder van de landingsplek konden bewegen. Commandant David Scott en maanlander-piloot James Irwin landden in juli 1971 in het Hadley-Rille-gebied, vlak bij de Apennijnen.

Scott en Irwin maakten drie EVA's met een totale duur van bijna 19 uur en legden in totaal ruim 27 kilometer af met de maanwagen. Een van de hoogtepunten was de vondst van de zogeheten “Genesis Rock”: een stuk anorthosiet van ruim vier miljard jaar oud, vermoedelijk afkomstig uit de oerkorst van de maan. De wetenschappelijke opbrengst van Apollo 15 overtrof die van alle drie voorgaande landingsmissies bij elkaar.

Apollo 16 — hooglanden bij Descartes

Apollo 16 landde in april 1972 in het Descartes-hooglandengebied, de eerste en enige landing in de maanhooglanden. Commandant John Young en maanlander-piloot Charles Duke maakten drie maanwandelingen van bijna 21 uur in totaal en reden meer dan 27 kilometer met de maanwagen.

Young was op dat moment al een van de meest ervaren ruimtevaarders ter wereld: hij had gevlogen met Gemini 3, Gemini 10 en Apollo 10 voordat hij de commandant van Apollo 16 werd. Later zou hij ook nog twee Space Shuttle-missies vliegen, waaronder de allereerste in 1981. Duke was de tiende — en op 36 jaar de jongste — persoon die ooit op de maan zou lopen. Een gesteentevondst uit de Descartes-hooglanden bleek ouder dan verwacht, wat bestaande theorieën over de geologische geschiedenis van dat gebied corrigeerde.

Apollo 17 — de laatste en meest productieve missie

De slotmissie van het Apollo-programma was in veel opzichten ook de meest uitgebreide. Apollo 17 landde in december 1972 in het Taurus-Littrow-dal. Commandant Gene Cernan en geoloog Harrison Schmitt maakten drie maanwandelingen van in totaal circa 22 uur en legden meer dan 34 kilometer af. Ze brachten 110,5 kilogram gesteente mee terug — veruit de meeste van alle Apollo-missies.

Schmitt was de enige professionele geoloog die ooit op de maan liep. Zijn aanwezigheid maakte Apollo 17 wetenschappelijk de rijkste maanlanding. De ontdekking van oranje bodemkleur bij de Shorty-krater — later geïdentificeerd als vulkanische glaskorreltjes van miljarden jaren oud — was een van de meest opvallende vondsten van het hele programma.

Cernan was ook de laatste mens op de maan: hij klom als laatste de ladder op. Voordat hij vertrok schreef hij de initialen van zijn dochter in het maanstof en sprak een afscheidsrede uit die eindigde met de woorden: “as we shall return.”

Wat ze gemeen hadden

Alle twaalf maanwandelaars waren Amerikanen, allemaal mannen. Ze waren allen geboren tussen 1923 (Shepard) en 1935 (Duke) en behoorden tot de generatie die was opgegroeid tijdens de Tweede Wereldoorlog en vervolgens geselecteerd uit de elite van de Amerikaanse lucht- en ruimtevaart.

De selectie en training voor Apollo verliep via de bredere groep van Apollo-astronauten, waaronder ook de commandomodule-piloten die de maanlanding in baan bleven ondersteunen. Van de twaalf maanwandelaars zijn er inmiddels slechts vier in leven (stand 2024): Buzz Aldrin, David Scott, Charles Duke en Harrison Schmitt.

Hun gemiddelde verblijf op het maanoppervlak groeide sterk naarmate de missies vorderden. Terwijl Armstrong en Aldrin ongeveer 21 uur op de maan doorbrachten, verbleven Cernan en Schmitt bijna 75 uur op het oppervlak. Het totaal aantal EVA-uren over alle zes missies samen bedraagt ruim 80 uur.

Na de maanlanding: hun levens daarna

De levens na de vlucht verschilden sterk. Armstrong trok zich terug als hoogleraar aan een universiteit en vermeed de schijnwerpers. Aldrin worstelde met depressie en alcoholisme maar herstelde en bleef een van de meest publieke pleitbezorgers voor de ruimtevaart. Alan Shepard werd een succesvol zakenman. Edgar Mitchell stortte zich in bewustzijnsonderzoek. David Scott deed mee aan twee ruimtevaart-documentaireseries. Gene Cernan bleef tot zijn dood in 2017 een vurig voorstander van een terugkeer naar de maan. Harrison Schmitt werd senator voor New Mexico.

Wat ze bijna allemaal deelden was een blijvende, diepe indruk van het maanoppervlak. Het zien van de aarde vanuit de ruimte — klein, kwetsbaar, volledig omgeven door zwarte leegte — beschreven velen als een ervaring die hun kijk op het leven fundamenteel veranderde. Dat fenomeen is later de “overview effect” gaan heten.

De twaalf en de toekomst

De twaalf maanwandelaars zijn tot nu toe de enige mensen die een ander hemellichaam dan de aarde hebben betreden. De vraag hoeveel mensen er op de maan zijn geweest, beantwoordt de pagina over aantallen maanwandelaars. Met het Artemis-programma bereiden NASA en internationale partners een terugkeer voor. Artemis streeft ernaar voor het eerst een vrouw op de maan te zetten, waarmee het rijtje van twaalf eindelijk wordt uitgebreid naar dertien — en hopelijk veel meer.

De voetafdrukken van al twaalf liggen er nog. Op de maan is geen wind, geen weer, geen erosie. De sporen van Armstrong en Aldrin in de Zee der Rust, van Conrad en Bean in de Oceanus Procellarum, van Shepard en Mitchell bij Fra Mauro, van Scott en Irwin in het Hadley-Rille-gebied, van Young en Duke bij Descartes, en van Cernan en Schmitt in het Taurus-Littrow-dal zullen er nog zijn als de eerste Artemis-astronauten landen. Ze zijn het meest duurzame erfgoed van het Apollo-programma.