Apollo-missies
Apollo 17 — de laatste bemande maanlanding
In december 1972 vertrok Apollo 17 als de laatste bemande maanmissie van het Apollo-programma. Gene Cernan en Harrison Schmitt verkenden drie dagen lang het Taurus-Littrow-dal, terwijl Ron Evans in een baan om de maan wetenschappelijke metingen deed. Cernan was de laatste mens die voet zette op de maan.
Apollo 17 was in elk opzicht een afsluiting. De missie was de laatste bemande vlucht naar de maan in het kader van het Apollo-programma, en de zesde die met succes landde. Ze vertrok op 7 december 1972 — in de vroege ochtend, als eerste nachtlancering van een bemande Amerikaanse ruimtevlucht — en keerde op 19 december 1972 terug. Het moederschip draaide ruim zes dagen in een baan om de maan, en twee van de drie astronauten brachten ruim drie dagen door op het oppervlak zelf, in het smalle dal van Taurus-Littrow.
Apollo 17 was ook de missie met de meest uitzonderlijke bemanning van alle maanvluchten. Voor het eerst maakte een professioneel wetenschapper, en niet louter een testpiloot, deel uit van de bemanningsploeg die op de maan zou landen. Geoloog Harrison Schmitt was jarenlang getraind als astronaut, maar zijn medepassagier Gene Cernan was op zijn beurt getraind in geologie — een bewuste keuze van NASA om de wetenschappelijke opbrengst van de laatste missie te maximaliseren. Het resultaat was de rijkste geologische oogst van het hele Apollo-programma.
Apollo 17 in cijfers
Lancering: 7 december 1972, Kennedy Space Center, Florida (Saturnus V, nachtlancering).
Landing op de maan: 11 december 1972, Taurus-Littrow-dal.
Bemanning: Eugene A. Cernan (commandant), Ronald E. Evans (commandomodule-piloot), Harrison H. Schmitt (maanlander-piloot, geoloog).
Maanwandelingen: drie excursies, totaal circa 22 uur buiten.
Afgelegde afstand met de maanwagen: circa 35,9 kilometer.
Meegebracht maangesteente: circa 110,5 kilogram.
Terugkeer: 19 december 1972, landing in de Stille Oceaan.
De bemanning: Cernan, Evans en Schmitt
Eugene A. Cernan, kortweg Gene, was een veteraan astronaut met twee eerdere ruimtevluchten op zijn naam: Gemini 9A en Apollo 10. Tijdens Gemini 9A had hij in 1966 een extreme ruimtewandeling van meer dan twee uur gemaakt die vrijwel catastrofaal verliep door oververhitting in zijn ruimtepak. Bij Apollo 10 was hij een van de twee astronauten die in de maanlander tot op zo'n veertien kilometer boven het maanoppervlak waren gedaald, als generale repetitie voor de landing van Apollo 11. Cernan was een hartgrondige vliegtuigman, uitbundig en charismatisch, en hij droeg zijn functie als commandant van Apollo 17 met groot gevoel voor het historische gewicht van de missie.
Cernan was goed doordrongen van het feit dat hij waarschijnlijk als laatste mens zijn voetsporen op de maan zou achterlaten. In de aanloop naar de missie sprak hij daar openlijk over. En inderdaad: toen hij op 14 december 1972 als laatste de maanlander Challenger weer in klom, sloot hij af met een bewust afscheid: “We leave as we came and, God willing, as we shall return, with peace and hope for all mankind. Godspeed the crew of Apollo 17.” Die belofte van terugkeer is meer dan een halve eeuw later nog altijd niet ingelost.
Ronald E. Evans bestuurde de commandomodule America terwijl zijn collega’s op de maan waren. Evans had als marinepiloot tijdens de Vietnamoorlog zo'n honderd gevechtsvluchten gemaakt en was door zijn stabiele, methodische werkwijze gekozen als commandomodule-piloot. Vanuit zijn baan om de maan opereerde hij een uitgebreide reeks wetenschappelijke instrumenten. Evans maakte op de terugreis naar de aarde ook een ruimtewandeling van ruim een uur om filmmateriaal op te halen, net als zijn voorgangers Worden en Mattingly bij respectievelijk Apollo 15 en Apollo 16.
Harrison H. Schmitt was geoloog van opleiding, niet piloot, en had een doctoraat in de geologie behaald aan Harvard. NASA had hem in 1965 geselecteerd als onderdeel van een speciale groep “wetenschapper-astronauten”: vakspecialisten die als astronaut werden opgeleid om wetenschappelijke doelen op bemande missies te verwezenlijken. Schmitt leerde voor NASA straaljagers vliegen, maar zijn kracht lag in zijn geologische opleiding. Op de maan was hij dan ook niet de begeleidende piloot die een checklist afwerkte; hij was een veldgeoloog die op de meest buitengewone locatie denkbaar zijn werk deed. Zijn observaties en beschrijvingen ter plaatse waren scherper en gedetailleerder dan die van welke eerdere Apollo-astronaut ook.
Taurus-Littrow: een dal met een dubbelbelofte
De keuze voor het Taurus-Littrow-dal was het resultaat van een zorgvuldig afwegingsproces waarbij geologen en missieplanners probeerden de laatste Apollo-landing zo wetenschappelijk waardevol mogelijk te maken. Het dal, gelegen aan de rand van de Mare Serenitatis (de Zee der Helderheid), bood twee aantrekkelijke mogelijkheden in één: oude berghellingen hoog boven het laagland, vermoedelijk bestaand uit oeroud materiaal uit de eerste miljarden jaren van de maangeschiedenis, en een vlakte die kon zijn bedekt met relatief recent vulkanisch materiaal.
De bergmassieven die het dal omzomen steken ruim twee kilometer boven de vlakte uit, vergelijkbaar met het berglandschap dat Apollo 15 in de Hadley-Apennijnen had bezocht. De astronauten verkenden het dal met de maanwagen, die bij Apollo 17 de grootste afstanden ooit op de maan zou afleggen: bijna 36 kilometer in totaal, verdeeld over drie excursies.
Oranje maanstof: een sensationele vondst
Op de tweede maanwandeling maakte Schmitt de meest opmerkelijke visuele ontdekking van de gehele Apollo-campagne. Terwijl hij en Cernan aan het graven waren bij de rand van Shorty Crater, viel Schmitt’s getrainde geologenoog op een ongewone verkleuring in de bodem: oranje grond, verborgen onder een dun laagje grijs stof. Hij riep het meteen uit, enigszins verward en verheugd tegelijk: “Oh, hey! There is orange soil!”
De ontdekking veroorzaakte direct opwinding bij de vluchtleiders in Houston. Cernan boog zich over het terrein en bevestigde de kleur. Oranje op de maan was onverwacht; was het recent vulkanisch materiaal? Was er misschien nog steeds vulkanische activiteit onder het maanoppervlak?
Na analyse op aarde bleek de oranje kleur afkomstig van kleine bolletjes glas, gevormd door een vulkaanuitbarsting meer dan 3,6 miljard jaar geleden. De glasbolletjes waren rijk aan titanium en ijzeroxide, wat de opvallende oranje tint verklaarde. Er was geen recente vulkaan; het was een fossiel van oude vulkanische activiteit op de maan. Toch was de vondst wetenschappelijk uiterst waardevol: de glasbolletjes bevatten als het ware een bevroren momentopname van de chemische samenstelling van de diepere maanmantel van miljarden jaren geleden. Ze horen tot de meest bestudeerde maanmaterialen uit het hele programma.
Drie maanwandelingen en de rijkste wetenschappelijke oogst
De drie excursies van Cernan en Schmitt duurden in totaal ruim 22 uur, de langste gezamenlijke buitentijd van alle Apollo-missies. Ze bezochten uiteenlopende geologische locaties: de rand van Steno Crater, Camelot Crater, het enorme gespleten rotsblok bij Station 6 op de helling van het North Massif, en natuurlijk Shorty Crater waar de oranje grond werd gevonden.
De maanwagen bewees ook bij Apollo 17 zijn waarde. Het voertuig legde bijna 36 kilometer af en bereikte locaties op meer dan zeven kilometer van de maanlander — ver buiten het bereik van lopende astronauten. Schmitt nam overal uitgebreide beschrijvingen op, fotografeerde elk monster in zijn context en koos met geologische kennis welke stukken het meest informatief waren. Het resultaat was de grootste en kwalitatief rijkste steencollectie van het programma: ruim 110 kilogram materiaal, waaronder monsters van oud hooglandgesteente, jonger vulkanisch materiaal en de unieke oranje glasbolletjes.
De twaalf mensen die in totaal op de maan liepen leverden gezamenlijk ruim 380 kilogram materiaal op; Apollo 17 alleen al was goed voor meer dan een kwart daarvan.
De nachtlancering en het oog van de maan
Apollo 17 lanceerde in de vroege ochtend van 7 december 1972, om 00:33 lokale tijd in Florida (05:33 UTC, 06:33 Nederlandse tijd). Het was de eerste nachtlancering van een bemande Amerikaanse ruimtevlucht en de aanblik was spectaculair: de vlam van de vijf F-1-motoren van de Saturnus V verlichtte de nachtelijke hemel over Cape Canaveral als een kunstmatige zon, zichtbaar op honderden kilometers afstand. Duizenden omwonenden en toeschouwers die de kans hadden afgewacht om een Apollo-lancering te zien, stonden buiten in de nacht en keken omhoog.
Tijdens de reis naar de maan maakten de astronauten de foto die bekend is geworden als The Blue Marble: een van de meest gereproduceerde foto’s in de geschiedenis, waarop de aarde als een verlichte bol te zien is tegen het zwart van de ruimte, de wolkenpatronen boven Afrika en Antarctica duidelijk herkenbaar. De foto werd enkele uren na de lancering gemaakt met een handbediende Hasselblad-camera, maar werd een icoon van de milieubeweging en van het besef van aardse broosheid.
Het laatste vaarwel: Cernans woorden op het maanoppervlak
Op 14 december 1972 (UTC; in Houston was het nog de avond van 13 december), aan het einde van de derde maanwandeling, was het moment aangebroken dat Cernan eerder al had aangekondigd. Hij was de laatste die de Challenger-maanlander besteeg; Schmitt was al binnen. Voor hij de ladder opklom, nam Cernan de tijd om een paar woorden te spreken, wetende dat zijn stem live door miljoenen mensen op aarde werd gehoord.
Zijn woorden waren niet spontaan: hij had ze van tevoren overdacht. “As I take man's last step from the surface, back home for some time to come — but we believe not too long into the future — I'd like to just say what I believe history will record: that America's challenge of today has forged man's destiny of tomorrow.” Daarna klom hij de ladder op en sloot zich bij Schmitt aan in de maanlander.
Wat geen van de aanwezigen of de kijkers thuis toen wist, was dat er meer dan een halve eeuw later nog altijd niemand in zijn voetsporen zou zijn getreden. Cernan, die in 2017 overleed, bleef daarmee de laatste mens op de maan, een onderscheiding die hij tijdens zijn leven met gemengde gevoelens droeg: trots op de prestatie, maar ook een zekere weemoed over alles wat niet was gevolgd.
De maanlander laat een plaquette achter
Op een landingspoot van het afdalingsdeel van de maanlander Challenger, dat op de maan zou achterblijven, was een herdenkingsplaquette bevestigd. De tekst luidde: “Here Man completed his first explorations of the Moon. December 1972 A.D. May the spirit of peace in which we came be reflected in the lives of all mankind.” Eronder stonden de handtekeningen van de drie bemanningsleden en van president Richard Nixon.
De tekst is niet zonder ironie: men schreef “completed his first explorations”, in de veronderstelling dat er snel verdere verkenningen zouden volgen. Die kwamen niet, althans niet voor mensen. In de decennia na Apollo 17 bezochten uitsluitend onbemande robotverkenners de maan, van Sovjet-maanrijders tot moderne orbiters en landers van onder meer de Verenigde Staten, Japan, India en China.
De erfenis: een afsluiting en een belofte
Apollo 17 was het einde van het tijdperk dat was begonnen met Apollo 11 in 1969. In die drie jaar hadden zes landers het maanoppervlak aangedaan en twaalf mensen het land betreden. Het was een wetenschappelijke, technische en menselijke prestatie zonder weerga. De monsters, de gegevens en de beelden die de missies opleverden, zijn tot op de dag van vandaag nog niet volledig verwerkt en gepubliceerd door onderzoekers over de hele wereld.
De missie leverde ook lessen op voor de toekomst. Harrison Schmitts aanwezigheid als geoloog bewees dat de aanwezigheid van gespecialiseerde wetenschappers in bemande ruimtemissies een fundamenteel verschil maakt. Zijn observaties ter plaatse en zijn beslissingen over welke monsters de moeite waard waren, hadden een kwaliteit die geen radiocommunicatie met aardse geologen volledig had kunnen vervangen. Dat principe — dat de mens ter plaatse een onvervangbare rol speelt in wetenschappelijk veldwerk — vormt een van de kernargumenten voor de terugkeer van mensen naar de maan.
Met het Artemis-programma werkt NASA samen met internationale partners aan precies die terugkeer. De eerste stappen zijn gezet: Artemis I vloog in 2022 als onbemande testmissie om de maan, en Artemis II bracht in april 2026 vier astronauten om de maan en weer terug. Artemis III is na een herziening in 2026 een testvlucht in een baan om de aarde geworden; de eerste landing staat nu gepland voor Artemis IV, voorzien voor 2028. Als alles naar plan verloopt, laat die missie voor het eerst in meer dan vijftig jaar opnieuw mensensporen op de maan achter — en Cernans woorden over een toekomstige terugkeer inlossen.
Wie de weg naar die toekomst wil begrijpen, begint onvermijdelijk bij Apollo 17: de missie die aantoonde hoe ver de mensheid kon reiken, en die tegelijk de stilte inluidde die meer dan een halve eeuw zou duren.