Maanlanding

Naslag

Hoeveel mensen zijn er op de maan geweest?

Twaalf mensen hebben ooit op de maan gelopen — allemaal Amerikanen, allemaal mannen, allemaal in de periode 1969 tot 1972. Maar in het Apollo-tijdperk reisden 24 mensen naar de maan, en sinds Artemis II in april 2026 zijn dat er 28. Dit is de uitleg van het verschil, plus een volledig overzicht.

Het antwoord op de vraag hoeveel mensen op de maan zijn geweest, hangt af van hoe je de vraag stelt. Als je bedoelt: hoeveel mensen hebben het maanoppervlak betreden en er rondgelopen? Dan is het antwoord twaalf. Als je bedoelt: hoeveel mensen zijn in totaal naar de maan gereisd? Dan is het antwoord voor het Apollo-tijdperk vierentwintig — en sinds de vlucht van Artemis II in april 2026 achtentwintig. Die getallen zijn allemaal correct, maar ze beschrijven verschillende dingen. Deze pagina legt het verschil uit en geeft een volledig overzicht van wie er waren.

Twaalf mensen liepen op de maan

Tussen juli 1969 en december 1972 landden zes Apollo-missies op de maan. Bij elke missie daalde de maanlander af met twee astronauten aan boord, terwijl een derde in een baan om de maan wachtte in de commandomodule. De twaalf mensen die het maanoppervlak betraden, zijn:

  1. Neil Armstrong — Apollo 11, juli 1969. Eerste mens op de maan.
  2. Buzz Aldrin — Apollo 11, juli 1969. Tweede mens op de maan.
  3. Pete Conrad — Apollo 12, november 1969.
  4. Alan Bean — Apollo 12, november 1969.
  5. Alan Shepard — Apollo 14, februari 1971. De enige Mercury-astronaut die op de maan liep.
  6. Edgar Mitchell — Apollo 14, februari 1971.
  7. David Scott — Apollo 15, juli–augustus 1971.
  8. James Irwin — Apollo 15, juli–augustus 1971.
  9. John Young — Apollo 16, april 1972. Ook gevlogen op Gemini en later op de Space Shuttle.
  10. Charles Duke — Apollo 16, april 1972. Jongste mens ooit op de maan (36 jaar).
  11. Gene Cernan — Apollo 17, december 1972. Stapte als elfde uit, maar was de laatste mens op de maan: hij ging als laatste weer naar binnen.
  12. Harrison Schmitt — Apollo 17, december 1972. Enige geoloog op de maan.

Alle twaalf waren Amerikanen en alle twaalf waren mannen. Ze maakten deel uit van het Apollo-programma van NASA. Een uitgebreider portret van elk van hen vind je op de pagina alle maanwandelaars.

De twaalf in cijfers

Eerste op de maan: Neil Armstrong, Apollo 11, 21 juli 1969, 02:56 UTC.
Laatste op de maan: Gene Cernan, Apollo 17, 14 december 1972, 05:40 UTC.
Jongste: Charles Duke, 36 jaar (Apollo 16).
Oudste: Alan Shepard, 47 jaar (Apollo 14).
Langste verblijf op het oppervlak: Apollo 17 (Cernan en Schmitt, ca. 75 uur op het oppervlak).
Enige geoloog: Harrison Schmitt (Apollo 17).

Vierentwintig mensen reisden naar de maan

Naast de twaalf die het oppervlak betraden, waren er ook astronauten die de reis naar de maan maakten maar in de baan om de maan bleven. Bij elke van de zes geslaagde landingsmissies bleef één astronaut in de commandomodule. Bij de drie missies die de maan omcirkelden zonder te landen (Apollo 8, Apollo 10 en het noodlottige Apollo 13) vlogen telkens drie astronauten mee.

In totaal vlogen er negen Apollo-missies bemand die de maan bereikten of omcirkelden: Apollo 8, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16 en 17. Bij de meeste waren drie astronauten; twaalf daarvan landden, twaalf bleven in de baan of reisden mee zonder te landen. Daarmee komt het totaal voor het Apollo-tijdperk op vierentwintig unieke mensen die de maan hebben bereikt. Van 1 tot 11 april 2026 kwamen daar met Artemis II nog vier bij: Reid Wiseman, Victor Glover, Christina Koch en Jeremy Hansen vlogen om de maan, zonder te landen. Koch werd daarmee de eerste vrouw en Hansen de eerste niet-Amerikaan die naar de maan reisde.

Drie astronauten maakten zelfs twee keer de reis naar de maan: Jim Lovell (Apollo 8 en Apollo 13), John Young (Apollo 10 en Apollo 16) en Gene Cernan (Apollo 10 en Apollo 17). Young en Cernan landden bij hun tweede missie; Lovell bereikte het oppervlak nooit vanwege het bekende ongeluk met Apollo 13.

De commandomodulpiloten: zo dichtbij en toch niet

De positie van de commandomodulepiloot was bijzonder: je bevond je op slechts honderd kilometer boven het maanoppervlak, maakte tientallen omwentelingen rond de maan, maar zette nooit voet op het oppervlak. Michael Collins van Apollo 11 is de bekendste van deze groep. Terwijl Armstrong en Aldrin op de maan liepen, cirkelde Collins alleen in zijn baan — soms achter de maan, buiten bereik van elk radiosignaal van de aarde.

De commandomodulpiloten van de zes landingsmissies zijn: Michael Collins (Apollo 11), Richard Gordon (Apollo 12), Stuart Roosa (Apollo 14), Alfred Worden (Apollo 15), Ken Mattingly (Apollo 16) en Ronald Evans (Apollo 17). Geen van hen heeft ooit het maanoppervlak betreden.

Apollo 13: zo dichtbij, en toch niet

De bemanning van Apollo 13 — Jim Lovell, Jack Swigert en Fred Haise — heeft de maan van dichtbij gezien maar nooit betreden. In april 1970 explodeerde een zuurstoftank op de heenweg. De geplande landing werd geannuleerd; de drie astronauten gebruikten de maanlander als reddingsboot en vlogen achterom de maan (een vrije-terugkeerbaan) om veilig terug naar de aarde te kunnen komen. Ze passeerden op zo'n 254 kilometer boven het maanoppervlak, maar dat was het dichtstbij dat ze ooit zouden komen. Daarbij kwamen ze wel op 400.171 kilometer van de aarde: een afstandsrecord dat pas in april 2026 door Artemis II werd gebroken.

Apollo 8 en Apollo 10: verkenners zonder landing

Twee bemande missies cirkelden om de maan zonder te landen. Apollo 8 in december 1968 was de eerste: Frank Borman, Jim Lovell en William Anders maakten tien omwentelingen en keerden terug. Het was de eerste keer dat mensen de maan van nabij zagen. Apollo 10 in mei 1969 was de generale repetitie: Thomas Stafford, John Young en Gene Cernan vlogen mee — Stafford en Cernan daalden met de maanlander af tot op zo'n veertien kilometer boven het oppervlak, maar landden niet.

Waarom alleen Amerikanen en alleen mannen?

Het Apollo-programma werd gefinancierd en uitgevoerd door de Amerikaanse overheid, die zowel de politieke als wetenschappelijke doelen bepaalde. In de jaren zestig werden NASA-astronauten geselecteerd uit de pool van militaire testpiloten, een beroepsgroep die destijds uitsluitend voor mannen toegankelijk was. Vrouwen en mensen van kleur waren formeel niet uitgesloten van het astronautenprogramma, maar de selectiecriteria sloten hen in de praktijk bijna volledig buiten.

De bemande maanmissies van het Apollo-programma liepen van 1969 tot 1972 — vóórdat NASA in 1978 zijn eerste diverse lichting astronauten selecteerde, inclusief vrouwen en Afro-Amerikanen. Die generatie astronauten vloog met de Space Shuttle maar nooit naar de maan. Het Artemis-programma beoogt uitdrukkelijk de eerste vrouw en de eerste persoon van kleur op de maan te zetten. Met Christina Koch en Victor Glover vlogen in april 2026 al een vrouw en een persoon van kleur om de maan.

Hoe groot is 12 eigenlijk?

Twaalf mensen op de maan — op een wereldbevolking van destijds circa 3,7 miljard mensen was dat een fractie van een fractie van een fractie. Alle twaalf zijn Amerikanen, allemaal geboren in de jaren twintig of dertig van de vorige eeuw, en allemaal hebben ze de rand van de menselijke ervaring opgezocht. Tot op de dag van vandaag is geen ander land er ooit in geslaagd zelf een mens naar de maan te sturen.

De tijdlijn van de maanverkenning laat zien hoe bijzonder het is dat al die twaalf bezoeken in slechts drie en een half jaar plaatsvonden, tussen juli 1969 en december 1972. Daarna is het stil gebleven. Acht van de twaalf maanwandelaars zijn inmiddels overleden; begin 2026 leefden er nog vier — Buzz Aldrin, David Scott, Charles Duke en Harrison Schmitt — allen in de negentig.

Wie ooit de eer van “dertiende persoon op de maan” krijgt, is nog niet bekend. Meerdere landen en commerciële partijen hebben ambitieuze plannen. Met het Artemis-programma werkt NASA aan een bemande terugkeer — de eerste landing staat gepland voor Artemis IV, voorzien voor 2028 — en ook China werkt aan een eigen bemand maanprogramma. De vraag is niet meer of mensen opnieuw naar de maan gaan, maar wanneer en wie.

Waarom keerde na 1972 niemand terug?

Dat het bij twaalf mensen bleef, was geen technische noodzaak maar een politieke en budgettaire keuze. Na de landing van Apollo 11 in 1969 was de belangrijkste drijfveer van het programma — het verslaan van de Sovjet-Unie in de ruimtewedloop — bereikt. De publieke interesse liep terug na de eerste paar missies; alleen de bijna-ramp van Apollo 13 trok de aandacht opnieuw naar het programma. Het budget stond onder druk door de kosten van de Vietnamoorlog en binnenlandse sociale programma's.

Apollo 18, 19 en 20 waren al gepland en deels voorbereid, maar werden in 1970 geannuleerd om middelen vrij te maken voor het ruimtestation Skylab en later de Space Shuttle. Daardoor volgden na Apollo 14 nog maar drie landingsmissies in plaats van zes. Gene Cernan, die als commandant van Apollo 17 als laatste op de maan stond, wist bij zijn vertrek in december 1972 dat dit de laatste Apollo-landing was, maar verwachtte dat de mensheid binnen afzienbare tijd zou terugkeren. Het duurde meer dan vijftig jaar voordat dat plan concreet werd met het Artemis-programma, waarvan de tweede vlucht in april 2026 weer mensen om de maan bracht.

Feiten en misvattingen

Een veelgehoord misverstand is dat er slechts twee of drie mensen op de maan zijn geweest. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de grote bekendheid van Neil Armstrong en de relatieve onbekendheid van de latere maanwandelaars. De waarheid is dat er twaalf mensen het oppervlak betraden, verdeeld over zes verschillende landingsmissies, met in totaal veertien maanwandelingen buiten de maanlander.

Een ander misverstand: dat de Sovjet-Unie ook mensen naar de maan heeft gestuurd. Dat is nooit gelukt. Het Sovjet-maanprogramma kende grote technische problemen en haalde zijn doelen niet. Meer over die race en de Russische poging vind je op de pagina over het Sovjet-maanprogramma.